Jefke en de Bollebozen – Sneeuwoverlast

02-01-2026

Er was alweer sneeuw gevallen.
En niet een beetje ook. Het Vogtland lag onder een steeds dikkere witte laag.

Jefke stond midden op het erf en keek tevreden om zich heen.
Sneeuw betekende werk. En werk betekende helpen.

De bollebozen — de blaugraue Vögtländer kippen — stonden dicht bij elkaar en volgden alles aandachtig. Ze vertrouwden Jefke. Als hij erbij was, zat het wel goed.

Het baasje kwam naar buiten met een schep.
"Zo," zei hij, "dat wordt sneeuwruimen."

Jefke wist genoeg. Graven, duwen, in de weg lopen — hij deed overal enthousiast aan mee.
Samen gingen ze aan de slag.

Totdat het baasje ineens een volle schep sneeuw over Jefke heen kieperde.

Jefke schudde zich uit, wit van kop tot staart, en keek vrolijk omhoog.
Wat leuk, dacht hij. Dat baasje sneeuw over mij kiepert.

De bollebozen kakelden luid.
Het baasje lachte hardop.

En zo werd sneeuwruimen ineens een spel.